En waarom de echte vraag niet gaat over tools, maar over wie meekomt en wie achterblijft.

AI is niet meer weg te denken uit gesprekken in de eventbranche. Op congressen, in directiekamers en aan de bar na afloop van een beurs: iedereen heeft er een mening over. Toch ziet AI-expert en spreker Job van den Berg een aantal hardnekkige misverstanden telkens terugkeren. Misverstanden die niet alleen onschuldig zijn, maar organisaties en professionals actief in de weg zitten. In dit blog benoemt Job de vijf grootste misverstanden over AI en deelt hij welke ontwikkeling volgens hem écht de aandacht verdient.

Misverstand 1: "AI is een gelijkmaker"

Dit is misschien wel het meest sympathieke misverstand, en eerlijk gezegd geloofde Job van den Berg er zelf lange tijd ook in. De redenering klinkt logisch: AI maakt kennis toegankelijker en kansen eerlijker. Vooral generatieve en agentic AI leken die belofte waar te maken. Ze ontsluiten specialistische kennis en expertise voor vrijwel iedereen via eenvoudige taal, zonder dat daar technische vaardigheden voor nodig zijn. Iedereen kan opeens teksten schrijven als een copywriter, data analyseren als een analist en plannen als een projectmanager.

Maar betekent dat ook dat iedereen gelijke toegang heeft tot kennis en 'intelligentie'?

Tientallen wetenschappelijke papers later, in onderzoek dat expliciet ingaat op de impact van generatieve en agentic AI, ziet Job een ander beeld. Steeds hetzelfde patroon: het mattheuseffect. Wie al voorsprong heeft in kennis, vaardigheden of toegang tot technologie, profiteert het meest van AI. En dat geldt op elk niveau: medewerkers die AI omarmen versus collega's die achterblijven, bedrijven die vooroplopen versus organisaties die de aansluiting missen, en uiteindelijk hele groepen in de samenleving.

Zonder bewuste keuzes vergroot AI die verschillen alleen maar. Dit is misschien wel dé vraag van de komende jaren. Terwijl het debat gaat over tools en hypes, wordt hier bepaald wie meekomt en wie achterblijft.

Het goede nieuws: het mattheuseffect is geen natuurwet. Het treedt op wanneer organisaties generatieve of agentic AI invoeren zonder oog voor de sociologische impact, en is dus te doorbreken. Daarover verderop meer.

Misverstand 2: "AI vervangt banen, dus ik moet me zorgen maken over de technologie"

De angst zit vaak op de verkeerde plek. Niet de technologie zelf is de bedreiging, maar het verschil in tempo waarmee mensen en organisaties ermee leren werken. In de eventbranche is dit dagelijks zichtbaar: de eventmanager die AI inzet voor conceptontwikkeling, doelgroepanalyse en draaiboeken werkt niet zozeer sneller dan een collega die dat niet doet. Ze werkt op een ander niveau. De kloof ontstaat niet tussen mens en machine, maar tussen mensen die AI als verlengstuk gebruiken en mensen die dat nog niet doen.

Misverstand 3: "We hebben een AI-tool aangeschaft, dus we zijn er klaar voor"

Dit is de organisatievariant van het vorige misverstand. Een licentie op ChatGPT, Claude of Copilot is geen AI-strategie. Sterker nog: juist het uitrollen van tools zonder begeleiding is de snelste manier om het mattheuseffect binnen je eigen organisatie te activeren. De medewerkers die toch al digitaal vaardig, nieuwsgierig en zelfverzekerd waren, gaan ermee aan de slag. De rest kijkt de kat uit de boom en raakt binnen een jaar meetbaar achterop. Het verschil tussen die twee groepen wordt zelden veroorzaakt door talent, en bijna altijd door tijd, veiligheid en aandacht.

Misverstand 4: "AI is een hype, dit waait wel over"

Toegegeven: er ís veel hype. Niet elke tool die vandaag wordt gelanceerd bestaat volgend jaar nog, en niet elke belofte wordt waargemaakt. Maar wie de hype verwart met de onderliggende ontwikkeling, maakt een denkfout. De vergelijking met internet rond 2000 dringt zich op: de dotcombubbel knapte, het internet bleef. De vraag is niet óf generatieve en agentic AI het werk in de eventbranche gaat veranderen, maar hoe snel. En wie daar aan de goede kant van staat.

Misverstand 5: "AI is te onpersoonlijk voor onze branche"

Events draaien om menselijk contact, beleving en emotie, dus AI past daar niet bij. Dat wordt vaak gezegd. Job ziet het omgekeerde. Juist doordat AI het repeterende, administratieve en analytische werk overneemt, ontstaat er ruimte voor waar de eventprofessional het verschil maakt: de relatie met de opdrachtgever, de creatieve vonk, het gevoel voor de zaal. AI maakt het werk niet onpersoonlijker. Slecht ingezette AI doet dat. Goed ingezette AI maakt het werk juist menselijker, omdat de mens weer toekomt aan mensenwerk.

Hoe blijf je relevant als leider of medewerker?

Als het mattheuseffect het patroon is, dan is de doorbreking ervan de opdracht. Voor medewerkers betekent dat vooral: begin. Niet met een cursus van zes maanden, maar met dagelijks gebruik. Relevantie in dit tijdperk is geen kwestie van alles weten over AI, maar van een werkhouding: nieuwsgierig blijven, experimenteren met echte taken uit je eigen werk (een briefing, een offerte, een draaiboek, een debriefing) en kritisch blijven op de uitkomsten. Wie AI dagelijks gebruikt, bouwt een intuïtie op die niet uit een training te halen is. En onthoud: jouw branchekennis, netwerk en gevoel voor wat een event laat slagen worden méér waard naarmate AI de rest versnelt, niet minder.

Voor leiders ligt de verantwoordelijkheid een laag dieper. De belangrijkste vraag is niet "welke tool schaffen we aan?", maar "hoe zorgen we dat iedereen meekomt?". Dat vraagt om bewuste keuzes: maak tijd en ruimte om te experimenteren zonder afrekencultuur, koppel voorlopers aan achterblijvers in plaats van ze uit elkaar te laten groeien, en formuleer een visie op wat AI in jouw organisatie wél en níét moet doen. Leiders die AI puur als efficiencyslag framen, oogsten angst. Leiders die het framen als een gezamenlijke leercurve, oogsten beweging. En misschien wel het belangrijkste: geef zelf het voorbeeld. Een directie die AI aan "de jongeren" overlaat, geeft impliciet het signaal dat het optioneel is.

Welke ontwikkelingen verdienen nu écht de aandacht?

Als Job door de hype heen kijkt, zijn er drie ontwikkelingen die volgens hem de komende jaren bepalend zijn.

De eerste is agentic AI: systemen die niet alleen antwoorden geven, maar zelfstandig taken uitvoeren. Denk aan leveranciers vergelijken, deelnemerscommunicatie klaarzetten en planningen bijwerken. Waar generatieve AI een slimme assistent is die je alles moet vragen, wordt agentic AI een collega aan wie je iets kunt delegeren. Voor de eventbranche, met haar vele repeterende processen rondom registratie, logistiek en communicatie, is de impact hiervan moeilijk te overschatten.

De tweede is de verschuiving van individueel gebruik naar organisatie-inrichting. De eerste golf ging over individuen die slimmer werkten met een chatbot. De volgende golf gaat over organisaties die hun processen, data en teams zo inrichten dat AI structureel waarde toevoegt. Dat is minder sexy dan de nieuwste tool, maar hier wordt het verschil gemaakt tussen bedrijven die vooroplopen en organisaties die de aansluiting missen.

En de derde, volgens Job de belangrijkste, is precies het patroon waarmee dit artikel begon: de sociologische impact van AI. Het mattheuseffect is geen abstractie voor beleidsmakers. Het speelt zich nu af, op de werkvloer van elk eventbureau, elke venue en elke opdrachtgever. De organisaties die dit als eerste serieus nemen, en investeren in de brede middengroep in plaats van alleen in de voorhoede, bouwen niet alleen aan een eerlijkere organisatie, maar ook aan een robuustere. Want een bedrijf waarin tien procent van de mensen vloeiend met AI werkt, is kwetsbaar. Een bedrijf waarin negentig procent dat doet, is toekomstbestendig.

De technologie ontwikkelt zich razendsnel, maar wie meekomt en wie achterblijft, wordt niet bepaald door de technologie. Dat wordt bepaald door de keuzes die leiders, medewerkers en de branche vandaag maken.

En dat is goed nieuws. Want keuzes, in tegenstelling tot natuurwetten, kun je veranderen.

Job van den Berg boeken als spreker?

Ontdek hoe Job jouw publiek inspireert met zijn inzichten over AI, de toekomst van werk en de impact op organisaties.