Onderwijs begint bij verwachtingen en eindigt bij samenwerking
Onderwijs wordt vaak gezien als dé plek waar kansen worden gecreëerd. Waar talent wordt ontdekt en ontwikkeld. In de praktijk ligt dat genuanceerder. Want wie goed kijkt naar de dynamiek in klaslokalen, ziet iets anders ontstaan: leerlingen en studenten die niet per se ongemotiveerd zijn, maar zich hebben aangeleerd om weinig te verwachten. Van school, maar vooral van zichzelf.
Volgens Karim Amghar zit daar een van de grootste uitdagingen in het onderwijs van nu. Niet een gebrek aan potentie, maar een gebrek aan geloof in dat potentieel. En dat heeft alles te maken met de verwachtingen die jongeren in hun leven hebben meegekregen.
In veel klaslokalen, zeker binnen het mbo, begint een schooljaar niet met nieuwsgierigheid, maar met terughoudendheid. Studenten observeren, testen en houden afstand. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze zichzelf beschermen tegen teleurstelling.
Die houding wordt nog te vaak geïnterpreteerd als desinteresse. Terwijl er iets anders onder ligt: eerdere ervaringen waarin verwachtingen laag waren of waarin investeren weinig opleverde. In zo’n context voelt iemand die wél iets verwacht niet als kans, maar als risico.
Opvallend is dat die lage verwachtingen zelden voortkomen uit onverschilligheid. Integendeel. Ze ontstaan vaak vanuit bescherming. Vanuit ouders, omgeving en soms ook vanuit onderwijsprofessionals zelf. Goedbedoeld, maar met een duidelijke bijwerking: het verkleinen van de wereld van een jongere.
Binnen het onderwijs wordt dit mechanisme regelmatig verpakt in termen als passend onderwijs of differentiëren. Belangrijke principes, maar in de praktijk schuurt het. Want hoe vaak betekent ‘aanpassen’ eigenlijk dat de lat lager wordt gelegd?
Niet uit onwil, maar vanuit de gedachte dat het anders niet haalbaar is. Daarmee ontstaat een paradox. Juist de plek die kansen moet vergroten, bevestigt soms onbedoeld bestaande beperkingen.
Volgens Karim vraagt dit om een andere benadering. Niet door blind hoge eisen te stellen, maar door verwachtingen te combineren met structurele ondersteuning. Want alleen zeggen dat iemand iets kan, is niet genoeg. Het moet ook gefaciliteerd worden.
Verandering in een klas ontstaat zelden door één inspirerend moment. Het zit in herhaling. In consistentie. In kleine signalen die laten zien dat iemand gezien wordt, ook als diegene zichzelf niet laat zien.
Docenten die blijven investeren, ook als het vertrouwen er nog niet is. Die verwachtingen uitspreken, maar ze ook waarmaken in hun handelen. Dat is waar langzaam iets verschuift. Niet spectaculair, maar merkbaar.
Een student die een opdracht inlevert waar dat eerder niet gebeurde. Iemand die een vraag stelt in plaats van zich af te sluiten. Kleine bewegingen die samen het verschil maken.
Maar hoe belangrijk die rol van de docent ook is, het kent grenzen. Want wat gebeurt er buiten schooltijd?
De realiteit van veel jongeren stopt niet bij de schooldeur. Thuissituaties, financiële druk, sociale omgeving en mentale belasting spelen een grote rol in hoe iemand functioneert in de klas.
Daarom pleit Karim voor een bredere benadering. Niet alleen kijken naar onderwijs als oplossing, maar naar het systeem eromheen, want kansenongelijkheid is geen onderwijsprobleem, het is een maatschappelijk vraagstuk.
In de praktijk betekent dat samenwerking. Denk aan een wijkagent die signalen deelt met school. Jongerenwerkers die al betrokken zijn voordat iemand uitvalt. Sociaal werkers die gezinnen ondersteunen zodat er thuis meer rust ontstaat.
Wat er ontstaat wanneer die samenwerking er wél is, is geen wonder. Het is logica. Jongeren krijgen dan wat ze nodig hebben: duidelijke verwachtingen én de middelen om daaraan te voldoen.
Een school wordt daarmee meer dan een plek waar les wordt gegeven. Het wordt een knooppunt van begeleiding, aandacht en ontwikkeling. Een plek waar niet alleen naar prestaties wordt gekeken, maar naar de context waarin die prestaties tot stand komen.
Dat vraagt ook iets van organisaties en bedrijven. Stageplekken die niet alleen gericht zijn op productie, maar op groei. Gemeenten die zichtbaar zijn in de leefwereld van jongeren. En ouders die niet beoordeeld worden, maar ondersteund.
De grootste misvatting is misschien wel dat gelijke kansen vanzelf ontstaan. Dat als het onderwijs goed ingericht is, de rest volgt. De praktijk laat iets anders zien.
Gelijke kansen ontstaan pas wanneer verschillende partijen dezelfde verantwoordelijkheid voelen en daarnaar handelen. Wanneer onderwijs, zorg, overheid en bedrijfsleven elkaar weten te vinden.
Volgens Karim ligt daar de echte opdracht. Niet blijven denken in systemen, functies en loketten, maar bouwen aan een gezamenlijke aanpak, want uiteindelijk gaat het om een simpele vraag: wat heeft een jongere nodig om te kunnen geloven in zijn of haar eigen toekomst?
Het antwoord daarop ligt zelden op één plek, maar wanneer het wél samenkomt, ontstaat er iets wezenlijks. Studenten die niet langer denken dat iets een trucje is, maar ervaren dat het voor hen bedoeld is. Dat is het moment waarop onderwijs daadwerkelijk levens verandert.
Karim Amghar inhuren? Sprekershuys zorgt voor de juiste match tussen spreker, thema en publiek. Al meer dan 12,5 jaar verbinden wij sprekers en dagvoorzitters aan events met impact